Terugblik Dodenherdenking 2026

Dodenherdenking 2026

Op 4 mei kwamen we samen om stil te staan bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van andere oorlogen en vormen van geweld. Het thema van dit jaar was ‘De geschiedenis begrijpen’.

Om 18.30 uur begon de bezinningsbijeenkomst in de kerk van Overasselt, die werd voorgegaan door dominee Peter van den Berg. Vanwege de weersomstandigheden kon de geplande wandeling naar het bevrijdingsmonument helaas niet doorgaan. Daarom vond de volledige herdenking plaats in de kerk van Overasselt. 

Tijdens de herdenking stond burgemeester Minses in zijn toespraak stil bij het feit dat bij het verdwijnen van de laatste ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog de verantwoordelijkheid bij ons komt te liggen om hun verhalen, waarschuwingen en lessen levend te houden. We herdenken niet alleen de slachtoffers, maar staan ook stil bij hoe een samenleving stap voor stap kan wegkijken en medeplichtig kan worden. Het verleden leert dat onrecht niet plotseling begint, maar zichtbaar wordt in kleine signalen waarvoor we nú verantwoordelijkheid moeten nemen. De twee minuten stilte vormen daarbij een krachtig tegenwicht tegen geschreeuw, conflict en afbraak, en roepen op tot menselijkheid, vrede en opbouw.

"Vandaag herdenken we onze doden. Morgen vieren we onze vrijheid."

De bijeenkomst werd muzikaal omlijst door het St. Caeciliakoor onder leiding van Fred Weijers, met Henk van Elferen als organist. Daarnaast verzorgde klarinetensemble Mooi van hout een prachtige muzikale bijdrage. De taptoe werd geblazen door Wynand Jetten.

Ook de kinderen speelden een bijzondere rol tijdens de herdenking. Amber van de Wetering van Scouting Malden droeg een indrukwekkend gedicht voor en ook de jonge dichtster Fenne van Meeteren was weer aanwezig met een eigen gedicht. Aansluitend kregen alle aanwezige kinderen de gelegenheid om bloemen te leggen.

Zoals ieder jaar droeg onze eigen dorpsdichter, Marie-louise Hellemons, eveneens een gedicht voor. Haar bijdrage droeg de titel ‘Fluistering’. Alle gedichten en toespraken die tijdens deze herdenking zijn voorgedragen, vindt u op deze pagina.

Fotografie: Goedele Monnens

Toespraak burgemeester Minses

De laatste ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog overlijden. Binnenkort kunnen ze ons niet meer vertellen over de overrompeling en het daaropvolgende lijden van henzelf en dat van anderen. We putten straks niet meer uit hun directe herinneringen en stemmen, maar zijn aangewezen op wat is nagelaten aan getuigenissen, waarschuwingen en lessen.

Als samenleving zijn we collectieve erfgenamen van hun ervaringen, ongeacht of we direct van hen afstammen, ongeacht wat onze voorouders in die jaren goed of fout hebben gedaan. En juist daarom is het noodzakelijk om ons in te leven in wat er gebeurde. Niet alleen om te leren begrijpen hoe het zover kon komen, maar ook om eerlijk te zijn over de vraag of het nog een keer zou kunnen gebeuren.

De geschiedenis leert ons dat veruit de meeste Nederlanders in de oorlogsjaren aanvankelijk niet extreem goed of extreem fout waren. De meesten waren ergens tussenin: stil, afwachtend, bang. Ze zwegen, dachten dat het zo’n vaart niet zou lopen.

Vaak gaat het op 4 en 5 mei over de vraag: wat zou jij hebben gedaan? Zou je een stille toeschouwer zijn geweest of zou je mensen hebben geholpen? Het is een voor de hand liggend dilemma, maar eigenlijk geven we er een verkeerd signaal mee af. Alsof je pas hoeft te handelen wanneer de situatie identiek is aan die van de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. Alsof de geschiedenis zich altijd zo duidelijk aandient. Dergelijke vragen gaan voorbij aan de kleine, verraderlijke stappen waardoor een systeem van alledaagse medeplichtigheid kan ontstaan.

De oorlogsdoden vertellen het verhaal van een samenleving die werd meegesleurd in een oorlog waar ze zich niet op had voorbereid. Ze herinneren ons eraan dat de eerste keer je ergens tegen verzetten en je ergens over uitspreken waarschijnlijk sneller komt dan je verwacht. Bij de eerste ontmenselijkende opmerking. Bij de eerste situatie waarvan je gevoel zegt dat die niet deugt. Bij de eerste signalen dat er uitholling van de democratische rechtsstaat plaatsvindt. Want als we nu niet durven te handelen, in een periode waarin het veilig is, zullen we dat zeker niet doen wanneer het echt gevaarlijk wordt.

Vandaag zijn we 2 minuten stil. Overal in Nederland.

Vandaag herdenken we onze doden. Morgen vieren we onze vrijheid.

We herdenken vandaag allen, burgers en militairen, die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord; zowel tijdens de Tweede Wereldoorlog en de koloniale oorlog in Indonesië als in oorlogssituaties en vredesoperaties daarna.

In het bijzonder staan we stil bij de slachtoffers die in onze gemeente om het leven kwamen of die uit een van de dorpskernen van onze gemeente afkomstig waren.

2 minuten stilte.

2 minuten stilte in een wereld die steeds meer lijkt te bestaan uit harde schreeuwers. Hard in volume. Hard in woord- en taalgebruik. We hebben geen behoefte aan harde schreeuwers, maar juist aan zachte krachten die de juiste toon aanslaan. Betekenisvolle stilte als tegenwicht tegen inhoudsloos geschreeuw. 

2 minuten stilte in een wereld die steeds meer lijkt te bestaan uit ruziezoekers en ruziemakers. Ook op het wereldtoneel, waar zogenaamde wereldleiders steeds vaker bewust het conflict opzoeken in plaats van de vrede te bewaren. We hebben geen behoefte aan ruziemakers maar aan vredestichters. Betekenisvolle stilte als tegenwicht tegen oorlog en zinloos geweld. 

2 minuten stilte in een wereld die steeds meer lijkt te bestaan uit mensen die de boel vernielen en afbreken. We hebben geen behoefte aan mensen die de boel vernielen, maar juist aan mensen die de samenleving mee helpen opbouwen. Betekenisvolle stilte als tegenwicht tegen afbraak en vernielzucht. Wees geen schreeuwer, wees geen ruziemaker, wees geen vernieler.

Ik wil mijn toespraak dit jaar afsluiten met een gedicht. Afgelopen jaar overleed Joost Prinsen. Acteur, presentator, zanger en schrijver. Op internet kunt u een filmpje van hem terugvinden waarin hij een gedicht van Willem Wilmink voordraagt. Prachtig authentiek en met oprechte emotie. Iedere keer als ik het zie raakt het me weer. U moet het zelf maar eens bekijken. Het gedicht heet Ben Ali Libi en spreekt voor zich:

Ben Ali Libi

Op een lijst van artiesten, in de oorlog vermoord,
staat een naam waarvan ik nog nooit had gehoord,
dus keek ik er met verwondering naar:
Ben Ali Libi. Goochelaar.

Met een lach en een smoes en een goocheldoos
en een alibi dat-ie zorgvuldig koos,
scharrelde hij de kost bij elkaar:
Ben Ali Libi, de goochelaar.

Toen vonden de vrienden van de Weduwe Rost
dat Nederland nodig moest worden verlost
van het wereldwijd joods-bolsjewistisch gevaar.
Ze bedoelden natuurlijk die goochelaar.

Wie zo dikwijls een duif of een bloem had verstopt,
kon zichzelf niet verstoppen, toen er hard werd geklopt.
Er stond al een overvalwagen klaar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

In 't concentratiekamp heeft hij misschien
zijn aardigste trucs nog wel eens laten zien
met een lach en een smoes, een misleidend gebaar,
Ben Ali Libi, de goochelaar.

En altijd als ik een schreeuwer zie
met een alternatief voor de democratie,
denk ik: jouw paradijs, hoeveel ruimte is daar
voor Ben Ali Libi, de goochelaar.

Voor Ben Ali Libi, de kleine schlemiel,
hij ruste in vrede, God hebbe zijn ziel.

Gedicht van dorpsdichter Marie-louise Hellemons

Fluistering

Het begon met een fluistering
een gedachte die de lucht liet trillen
ogenschijnlijk onschuldig als getjilp  
bij het ontwaken van de dag

een fluistering
die zich spreidde als de golven
van een kiezel in een plas
tot zij niet meer wegebden 
in neutraliteit – ons moraal kompas

toen de hefbrug van Heumen werd veroverd
kregen de fluisteringen ook hier vaste vorm
eerst met kleine veranderingen,
maar met het groeiend verzet groeide de ontmenselijking

leven werd overleven
in eigen verhalen
verhalen van doorstaan, van verzet, van doden, 
van zij die zijn verloren
en zij die kozen om zelf te gaan

gevangen in een wereld
die speelde met de waarheid
die zich voedde met angst
waarin overleving in een spectrum kwam te staan
terwijl rook en as veranderden in werkelijkheid

tot op een dag
deze kerkramen trilden
en tweeduizend parachutisten 
de hemel kleurden

de opmars naar vrijheid begon
maar zij die de verhalen leefden 
hebben de vrijheid nooit gevonden
evenals de eerste generaties na hen

wij herdenken
om nooit te vergeten
welke kost onze vrijheid in oorlog had
en nu nog altijd heeft

wij herdenken
in een wereld
waarin een soortgelijke fluistering
langzaam weer de overhand neemt

wij herdenken
in een wereld die het verleden 
langzaamaan ontkent
wij herdenken
zodat de waarheid blijft bestaan

wij herdenken
in een poging te begrijpen
hoe het ooit zover heeft kunnen gaan
zonder met een vinger te wijzen

wij herdenken
als generatie
die hopelijk nooit zal weten
wat wij in hun schoenen hadden gedaan.

©Marie-louise Hellemons
Dorpsdichter Gemeente Heumen

Gedicht Amber van de Wetering (Scouting Malden)

De Tijd 

(Geschreven door de destijds 14-jarige Ilja Boersma uit Makkinga)

Met trillende handen
En knikkende knieën
Een voelbare angst
In die donkere nacht

Ik kan me niet voorstellen
Hoe mensen zich voelden
Ik kan me niet voorstellen
Hoe het geweest moet zijn

Iedereen bij elkaar
Luisterend naar de schoten
Hopend dat ze weg zouden gaan

Hopend dat ze zouden ontwaken
Uit deze nachtmerrie
Hopend dat alles
Weer als vroeger zou zijn

Ik kan me niet voorstellen
Hoe dat geweest moet zijn
Ik kan het proberen te begrijpen
Maar het echt begrijpen
Dat kan ik nooit

Gedicht van Fenne

Volgt nog.