Postume uitreiking Ereteken voor Orde en Vrede aan nabestaanden van twee Indië‑veteranen

Op 8 juli 2026 reikte burgemeester Joerie Minses in het gemeentehuis van Heumen postuum het Ereteken voor Orde en Vrede uit aan de nabestaanden van twee Indië‑veteranen uit de gemeente Heumen: Cornelis (Cor) Geurts (1928-1994) uit Malden en Petrus Adrianus (Piet) de Valk (1925-1988) uit Heumen.

De eretekens werden onlangs teruggevonden bij een verbouwing van het gemeentehuis. Uit bijbehorende correspondentie bleek dat de onderscheidingen al in 1952 hadden moeten worden uitgereikt. Waarschijnlijk door een administratieve onvolkomenheid is dit destijds niet gebeurd. Met de ceremonie van 8 juli is deze omissie - ruim zeventig jaar later - alsnog rechtgezet.

De dochter van de heer de Valk en de zoon van de heer Geurts namen de onderscheidingen, samen met de bijbehorende oorkondes, namens hun vaders in ontvangst.

Burgemeester Joerie Minses over de postume uitreiking:

“De dekolonisatieoorlog in Indonesië is een beladen periode uit onze geschiedenis, waar we tegenwoordig terecht met andere ogen naar kijken dan destijds. Met name vanwege het leed dat de bevolking van Indonesië is aangedaan. Maar ook vanwege de onmogelijke opdracht en persoonlijke dilemma’s waarmee jonge Nederlandse militairen naar Indonesië werden gestuurd en vaak getraumatiseerd terugkeerden”.

“De onderscheidingen lagen ruim 70 jaar in een kluis in ons gemeentehuis en kwamen recent bij opruimwerkzaamheden, dankzij oplettende medewerkers, boven water. Wij vonden dat ze, ook na al die jaren, alsnog moesten worden uitgereikt aan de nabestaanden om deze tekortkoming alsnog te herstellen en daarmee recht te doen aan het verhaal van hun vaders”.

Ereteken voor Orde en Vrede

Het Ereteken voor Orde en Vrede werd ingesteld bij Koninklijk Besluit van 12 december 1947 door koningin Wilhelmina. Het is bedoeld voor militairen van de drie krijgsmachtonderdelen en het Koninklijk Nederlands‑Indisch Leger (KNIL) die tussen 3 september 1945 en 4 juni 1951 minimaal drie maanden in werkelijke dienst waren in Nederlands‑Indië of de aangrenzende zeegebieden.

Het ereteken bestaat uit een achtpuntige bronzen ster, gedragen aan een rood-wit-blauw-wit-rood gestreept lint. De bovenste punt is vervangen door twee gekruiste zwaarden met daarboven een kroon. In het midden bevindt zich een medaillon met de letter 'W', omgeven door de tekst ‘Orde en Vrede’. Op het lint kunnen jaargespen worden gedragen. Voor elk jaar van inzet wordt één gesp toegekend.                                                                                                                         

De veteranen

De heer de Valk vertrok in december 1947 op 22-jarige leeftijd naar Indië. De heer Geurts was net 21 toen hij in april 1949 naar Indië ging. Beiden werden uitgezonden als dienstplichtigen en maakten deel uit van de Infanterie. Geurts diende als soldaat, De Valk was aanvankelijk korporaal en werd later bevorderd tot (tijdelijk) sergeant. In 1950 keerden Geurts en De Valk terug naar Nederland.